Handel tussen Griekse steden verliep in de late klassieke periode vrijwel volledig over zee, waardoor ieder gezonken vrachtschip werkt als een momentopname van dat netwerk. Voor de kust van Andros ligt sinds kort weer zo’n momentopname.
Onderwaterarcheologen van het Griekse ministerie van Cultuur troffen daar een vrijwel intacte scheepslading aan van naar schatting 600 tot 650 amforen. Athene maakte de vondst op 31 juli bekend.
Aanleiding voor het onderzoek was een melding van ‘een particulier’, die de autoriteiten wees op archeologische resten op de zeebodem. Een driekoppig duikteam van het ephoraat voor onderwaterarcheologie ging kort daarna ter plaatse.
De lading blijkt te liggen op 39 tot 44 meter diepte, een zone waar duikwerk korte bodemtijden en strakke planning vergt. Om plundering te voorkomen houdt het ministerie de exacte positie geheim.
Drie typen amforen wijzen op meerdere havens
Alle geborgen exemplaren betreffen commerciële transportamforen met spitse bodem, een vorm die eeuwenlang gold als standaardverpakking in de Middellandse Zee. In dit soort kruiken vervoerden handelaren doorgaans wijn, olijfolie of graan, wat de vondst direct verbindt met de voedselvoorziening van havensteden. Archeologen dateren het geheel op de late vijfde tot vroege vierde eeuw voor Christus. Bij elk herkend type namen de duikers een exemplaar mee voor nader onderzoek in het laboratorium.
Opvallend is vooral de gemengde herkomst van die lading. Het team herkende amforen die horen bij Mende op het schiereiland Chalcidice, exemplaren van het eiland Peparethos dat tegenwoordig Skopelos heet en het type dat vakgenoten aanduiden als Solokha 2. Zo’n samenstelling past slecht bij een enkele producent en wijst eerder op een schip dat onderweg meerdere havens aandeed.
Onderzoekers houden daarom rekening met een route die in het noorden van de Egeïsche Zee begon en vervolgens langs de Cycladen zuidwaarts liep. Athene en de haven Piraeus gelden als aannemelijke eindbestemming, al ontbreekt daarvoor voorlopig hard bewijs. Andros ligt in het noorden van de Cycladen en dus pal op de vaarwegen tussen het vasteland, de noordelijke Egeïsche Zee en het oostelijke Middellandse Zeegebied. Van Mendische amforen is wel bekend dat ze de Atheense markt in die eeuw ruimschoots bereikten.
Tekst gaat verder onder de post.
Archaeologists Discover Ancient Shipwreck off Andros
— Greek City Times (@greekcitytimes) July 31, 2026
Greece's Ministry of Culture has announced the discovery of an ancient shipwreck off Andros, containing an estimated 600–650 amphorae dating to the late 5th and early 4th centuries BC.https://t.co/R8o1tC9aKE pic.twitter.com/uLGM73awsx
Wat de zeebodem verder prijsgeeft
Naast het aardewerk stuitten de duikers op een deel van een loden ankerschacht plus enkele grote stenen die vermoedelijk tot het ballastbed behoorden. Over resterend scheepshout meldt het ministerie voorlopig niets, evenmin als over het moment waarop de inspectieduiken precies plaatsvonden. Ook de afmetingen van de vindplaats ontbreken in de aankondiging. Het getal van 600 tot 650 stuks betreft bovendien een eerste schatting en geen afgeronde inventarisatie, want opgraven moet nog beginnen.
Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Verantwoordelijk voor de inspectie waren archeoloog Dionysis Evangelistis, conservator Angelos Tsompanidis en zeebodemtechnicus Louis Mersenier. Hun bevindingen moeten meer duidelijk maken over vaarroutes en over de organisatie van de zeehandel in een periode die getekend werd door de Peloponnesische Oorlog.
Vervoer over water bleef in die jaren onmisbaar voor de bevoorrading van steden, ondanks de oorlogshandelingen die het gebied jarenlang beheersten. De vindplaats valt inmiddels onder de bescherming van het Griekse onderwatererfgoed.
Vergelijkbaar onderzoek loopt intussen in Italië. Bij Capo Mulini voor de oostkust van Sicilië ligt op ongeveer 55 meter diepte een Romeins wrak uit de late Republiek, waarvan de honderden amforen nu archeometrisch worden onderzocht. Volgens de Soprintendenza del Mare wijzen de eerste resultaten erop dat veel kruiken rond de Straat van Messina zijn gemaakt, wat Sicilië neerzet als producent in plaats van als louter doorvoerhaven. Diepte en sterke stroming bemoeilijken dat werk, waardoor de kustwacht schepen en duikers beschikbaar stelde.





