In de dichte jungle van de Mexicaanse staat Campeche hebben archeologen een Mayastad gevonden die meer dan duizend jaar lang volledig onberoerd bleef. Om er te komen kapten ze vijf kilometer lang een pad met machetes, waarna terreinwagens het overnamen en het team uiteindelijk te voet verder moest onder tropische hitte. Wat ze aan het einde van die tocht aantroffen, overtrof alle verwachtingen.
De stad kreeg de naam Minanbé, Yucateeks Maya voor ‘er is geen pad’, een naam die nauwelijks toepasselijker had kunnen zijn. Het team stond onder leiding van archeoloog Ivan Šprajc van de Sloveense Academie van Kunsten en Wetenschappen, die al drie decennia de Centrale Maya-laagvlakten bestudeert. De vondst markeert de afsluiting van zijn langlopende project, maar opent tegelijk een heel nieuw hoofdstuk voor de wetenschap.
Dat de plek zo lang onontdekt bleef had namelijk één groot voordeel. “Vergeleken met andere locaties was de toegang hier veel moeilijker,” aldus Šprajc. “Maar juist daardoor is dit in de afgelopen drie jaar de eerste plek die we volledig intact aantroffen zonder enig spoor van plunderingen.”
Piramide van 13 meter en hiërogliefische inscripties
De stad werd aanvankelijk opgespoord via LiDAR, een techniek waarbij laserstralen vanuit een vliegtuig door het bladerdak heen prikken en structuren onder de vegetatie zichtbaar maken. Die data lieten een nederzetting zien van ongeveer 15 hectare. Pas na de zware tocht door de jungle bevestigde het team wat de beelden al suggereerden.
De Calakmul Biosphere Reserve waar Minanbé ligt is een van de grootste tropische regenwouden van Mexico en staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Toch verbergt het bladerdak nog altijd zoveel dat archeologen verwachten hier nog tientallen onontdekte nederzettingen aan te treffen.
Op het terrein troffen de onderzoekers een uitgebreid stedelijk complex aan. Er zijn pleinen omgeven door paleizen en religieuze gebouwen, terrasvormige structuren en watergangen met hydraulische kanalisatie. Het opvallendste bouwwerk is een piramidetempel van meer dan 13 meter hoog, gebouwd in de Río Bec-stijl met verfijnde metselwerk en steile trappen.
Langs een verharde weg die de centrale en noordoostelijke stadsdelen verbindt staan monumenten met inscripties. Monument 6 toont een vorst met een gevederde hoofdtooi, armbanden en halskettingen. Een hiërogliefische tekst op dat monument bevat vermoedelijk een datum uit de late zevende eeuw, waarmee het de oudste inscriptie in het onderzochte gebied is.

De Mayastad floreerde vlak voor de grote ineenstorting
Minanbé was actief tijdens het Laat-Klassieke tijdperk van de Maya’s, ruwweg tussen 600 en 900 na Christus. Dat was de periode waarin de beschaving op haar hoogtepunt stond, met een totale bevolking van naar schatting 9 tot 11 miljoen mensen in de laagvlakten. De stad had waarschijnlijk een rol als regionaal knooppunt voor landbouwoverschotten en handel. Vermoedelijk werd ze in de tiende eeuw verlaten, net zoals tientallen andere Mayanederzettingen in diezelfde periode.
Wat de ontdekking extra intrigerend maakt zijn de aanwijzingen dat er aan het einde iets eigenaardigs gebeurde. Sommige monumenten lijken opzettelijk te zijn beschadigd of gewijzigd. Onderzoekers vermoeden dat groepen uit het noorden van het Yucatán-schiereiland de stad in haar laatste jaren bezochten en bewust bepaalde politieke boodschappen op de stenen probeerden uit te wissen.
De vondst van Minanbé past in een groter beeld dat de afgelopen jaren steeds duidelijker wordt, namelijk dat de Maya-beschaving veel omvangrijker en complexer was georganiseerd dan lange tijd werd aangenomen., zo staat te lezen in het persbericht van het Mexicaanse Nationaal Instituut voor Antropologie en Geschiedenis (INAH).
Steden, handelsroutes en agrarische systemen waren nauw met elkaar verweven over enorme afstanden. En door de afgelegen ligging van Minanbé is de kans groot dat dit exemplaar meer prijs zal geven over het werkelijke einde van de klassieke Maya-periode dan locaties die al decennialang zijn blootgesteld aan roofgravers en toeristen.
Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van het Mexicaanse Nationaal Instituut voor Antropologie en Geschiedenis (INAH) uit juni 2026.






