Miljoenen gepensioneerden in Nederland zien dit jaar een flinke meevaller op hun bankrekening verschijnen. Het vakantiegeld dat de Sociale Verzekeringsbank uitkeert aan AOW-gerechtigden stijgt in 2025 met maar liefst twintig procent ten opzichte van vorig jaar, een verschil dat voor veel ouderen concreet merkbaar zal zijn.
Alleenstaande AOW-gerechtigden ontvangen rond 21 mei netto 1174 euro aan vakantiegeld, terwijl dat vorig jaar nog 978 euro was. Dat is een verschil van bijna tweehonderd euro in één jaar tijd, wat voor veel gepensioneerden een substantieel bedrag vormt.
Meer vakantiegeld voor samenwonende gepensioneerden
Gepensioneerden die samenwonen en beiden een AOW-uitkering ontvangen, profiteren gezamenlijk ook meer. Zij krijgen dit jaar samen 1677 euro netto, tegenover 1398 euro vorig jaar, een stijging die eveneens in de buurt van twintig procent uitkomt. Het seniorenplatform AOW.nu maakte deze berekeningen eerder bekend.
Niet iedereen ontvangt overigens hetzelfde bedrag, want de hoogte van het vakantiegeld verschilt per situatie. Gepensioneerden die een of meerdere jaren buiten Nederland hebben gewoond, ontvangen doorgaans een lagere AOW-uitkering, waardoor ook hun vakantiegeld navenant lager uitvalt.
↔ Scrol naar rechts voor meer
| Situatie | Vakantiegeld 2024 | Vakantiegeld 2025 | Verschil | Stijging |
|---|---|---|---|---|
| Alleenstaande AOW-gerechtigde | € 978 | € 1.174 | + € 196 | +20% |
| Partners (gezamenlijk, beiden AOW) | € 1.398 | € 1.677 | + € 279 | +20% |
| Werknemer (voltijd, minimumloon) | Afhankelijk van loon | Hoger dan vorig jaar | Stijging | Variabel |
| Werknemer (deeltijd, minimumloon) | Afhankelijk van loon | Hoger dan vorig jaar | Stijging | Variabel |
| AOW met buitenlandse wonjaren | Lager dan volledig | Lager dan volledig | — | Navenant lager |
Minimumloon als motor achter de stijging
De verklaring voor deze stijging is namelijk terug te voeren op het minimumloon. Het vakantiegeld voor AOW-gerechtigden is een vast maandelijks bedrag dat rechtstreeks is gekoppeld aan de hoogte van het wettelijk minimumloon.
De afgelopen jaren is dat minimumloon relatief sterk gestegen, mede door politieke keuzes om het inkomen van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verbeteren, en dat werkt dus automatisch door in het vakantiegeld van gepensioneerden.
Deze systematiek maakt de AOW-vakantiegeldregeling fundamenteel anders dan de regeling voor werknemers. Werkenden hebben recht op minimaal acht procent van hun brutoloon als vakantiegeld, een percentage dat afhankelijk is van de hoogte van het individuele salaris. Voor AOW-gerechtigden geldt dat systeem niet, zij ontvangen een vaststaand bedrag dat los staat van een eerder verdiend loon.

Parttimers en minimumloners verdienen meer
Ook voor mensen met een betaalde baan zijn er dit jaar verschillen te zien in de hoogte van het vakantiegeld. Uit onderzoek van HR-dienstverlener ADP bleek eerder al dat parttimers en werkenden met een minimumloon dit jaar meer vakantiegeld ontvangen dan het jaar daarvoor. Het verschil hangt samen met de stijging van het wettelijk minimumloon, dat ook de afgelopen periode is verhoogd.
Werkenden in voltijd die in hogere salarisschalen zitten, profiteren percentueel minder van die stijging, al blijft hun absolute bedrag hoger dan dat van deeltijders.
De ongelijkheid in vakantiegeld tussen verschillende groepen werkenden is daarmee een terugkerend aandachtspunt in het bredere debat over inkomensverdeling in Nederland. Gepensioneerden die willen weten wat hun specifieke bedrag dit jaar is, kunnen dat nalezen op de website van de Sociale Verzekeringsbank, die voor iedere situatie een persoonlijk overzicht biedt.





