Er staat waarschijnlijk meer geld op jouw naam dan je denkt. Wie halverwege de 30 is en sinds zijn eerste vaste baan premie afdraagt, heeft vaak al een bedrag opgebouwd dat in de tienduizenden euro’s loopt. Toch logt bijna niemand onder de 40 jaar ooit in om te kijken.
Dat is jammer, want in datzelfde overzicht zit meestal ook een gat. Geen dramatisch gat, maar een reeks maanden en jaren waarin je niks opbouwde zonder dat je het merkte. In dit artikel lees je waar dat gat vandaan komt, wat het ongeveer kost en hoe je in tien minuten ziet hoe jij ervoor staat.
Wat een pensioengat is en wat niet
Een pensioengat is het verschil tussen het inkomen dat je later nodig denkt te hebben en wat je volgens de huidige opbouw gaat krijgen. Bij mensen van 50 gaat dat vaak over één duidelijke oorzaak, zoals een regeling die verandert vlak voor de pensioendatum.
Bij dertigers werkt het anders. Daar is het zelden een enkel groot gat, maar een optelsom van korte periodes zonder opbouw. Een halfjaar tussen twee banen, een jaar uitzendwerk, een werkgever zonder verplichte regeling. Elk stuk lijkt klein en samen schelen ze meer dan je verwacht, juist omdat premie die je op je dertigste inlegt nog dertig jaar rendement kan maken.

Zoveel staat er waarschijnlijk al op jouw naam
Het CBS houdt bij hoeveel pensioen Nederlanders in de tweede pijler hebben staan. In onderstaande tabel zie je het gemiddelde per leeftijdsgroep, met daarnaast het bedrag dat mensen halen als hun huidige regeling ongewijzigd doorloopt tot hun pensioendatum. Het peiljaar is 2021, het laatste jaar waarover deze cijfers definitief zijn.
📱 Op mobiel kun je de tabel horizontaal scrollen.
| Leeftijdsgroep | Gemiddeld opgebouwd (bruto per jaar) | Omgerekend per maand | Gemiddeld te bereiken (bruto per jaar) |
|---|---|---|---|
| Jonger dan 25 jaar | € 224 | € 19 | € 5.051 |
| 25 tot 35 jaar | € 1.414 | € 118 | € 10.401 |
| 35 tot 45 jaar | € 4.125 | € 344 | € 12.396 |
| 45 tot 55 jaar | € 7.392 | € 616 | € 12.855 |
| 55 jaar tot AOW-leeftijd | € 10.746 | € 896 | € 12.910 |
| Alle leeftijden | € 5.593 | € 466 | € 11.477 |
Gemiddeld bruto ouderdomspensioen in de tweede pijler per persoon met een aanspraak, peiljaar 2021. Berekend door ManMag door het totale opgebouwde bedrag per leeftijdsgroep te delen door het aantal personen met een aanspraak in die groep. Het maandbedrag is het jaarbedrag gedeeld door twaalf. “Te bereiken” is het bedrag dat iemand haalt als de huidige regeling ongewijzigd doorloopt tot de pensioenleeftijd. AOW en eigen lijfrente of banksparen zitten hier niet in.
Kijk vooral naar de twee kolommen naast elkaar. Wie tussen de 25 en 35 is, heeft gemiddeld zo’n 1.414 euro per jaar opgebouwd en zit op koers voor ruim 10.400 euro. Bijna alles moet dus nog komen en dat is precies waarom een gemist jaar in deze fase zwaarder telt dan het lijkt.
Hier gaat het in bijna elk artikel over pensioen mis, dus let even op. Zo’n bedrag is geen pot met geld. Het is een bedrag per jaar dat je vanaf je pensioendatum levenslang krijgt, bovenop je AOW.
Dat verschil is groot. Een bedrag van 5.000 euro klinkt als weinig, maar het staat voor een kapitaal van ongeveer een ton dat het fonds voor jou moet reserveren. Andersom werkt het net zo hard. Een bedrag van 1.000 euro per jaar dat je ergens misliep, voelt als een rond getal en betekent in de praktijk zo’n 80 euro bruto per maand, elke maand, zolang je leeft.
In onderstaande tabel zie je die omrekening. Het is een vereenvoudigd rekenvoorbeeld zonder rendement, indexatie en belasting, bedoeld om de orde van grootte te laten zien.
📱 Op mobiel kun je de tabel horizontaal scrollen.
| Opgebouwd pensioen per jaar | Bruto per maand | Bijbehorend kapitaal (indicatie) |
|---|---|---|
| € 1.000 | € 83 | ca. € 20.000 |
| € 2.500 | € 208 | ca. € 50.000 |
| € 5.000 | € 417 | ca. € 100.000 |
| € 7.500 | € 625 | ca. € 150.000 |
| € 10.000 | € 833 | ca. € 200.000 |
Vereenvoudigd rekenvoorbeeld op basis van een uitkeringsduur van twintig jaar, zonder rendement, indexatie en belasting. Bedoeld om de verhouding tussen jaarbedrag en kapitaal te laten zien.
Ook dit is de reden dat kleine potjes van oude werkgevers zo makkelijk uit beeld raken. Een aanspraak van 200 euro per jaar lijkt niet de moeite van het bijhouden waard en vertegenwoordigt toch een paar duizend euro.

Zes momenten die stil pensioen kosten
1. De studiejaren en je eerste baantjes
Werknemers kunnen vanaf 18 jaar pensioen opbouwen, maar in de praktijk gebeurt dat in bijbanen lang niet altijd. Werkte je in de horeca, de detailhandel of via losse contracten, dan is er in die jaren mogelijk niets binnengekomen. Dat zie je terug in de cijfers, want onder de 25 jaar staat er gemiddeld nog geen 250 euro per jaar op iemands naam. Dit gat is meestal het kleinst in euro’s en het grootst in gemiste rendementsjaren.
2. De uitzendperiode
Uitzendkrachten bouwen op bij pensioenfonds StiPP. De regeling daar is de afgelopen jaren flink verbeterd en werd per 2026 opnieuw aangepast, maar wie eerder uitzendwerk deed heeft vaak een periode met beperkte of geen opbouw. Check specifiek of je in die tijd geregistreerd stond, want dat gebeurde niet altijd automatisch.
3. Een werkgever zonder verplichte regeling
Niet elke werkgever valt onder een verplicht bedrijfstakpensioenfonds. Werkte je bij een klein bedrijf, een startup of een sector zonder verplichtstelling, dan is er mogelijk helemaal geen pensioen opgebouwd. Op je loonstrook stond dan simpelweg geen inhouding en dat valt zonder erop te letten niet op.
4. De zzp-periode tussendoor
Zzp’ers vallen meestal niet onder een verplicht fonds en bouwen dus niets op tenzij ze het zelf regelen. Bij een korte tussenperiode van een jaar of twee gebeurt dat zelden. De fiscale ruimte om dit later in te halen blijft wel bestaan via de jaarruimte, dus deze is beter te repareren dan de andere vijf.
5. Deeltijd na de eerste kinderen
Minder uren werken betekent minder pensioengrondslag en dus minder opbouw. Dat is logisch en het effect wordt vaak onderschat, omdat deeltijd zelden tijdelijk blijkt. Wie vijf jaar lang vier dagen per week werkt in plaats van vijf, mist ongeveer een vijfde van de opbouw over die periode.
6. De baanwissel zelf
Dit is de nieuwste en de minst bekende. Door de overgang naar het nieuwe stelsel krijgen veel deelnemers compensatie voor het wegvallen van de oude systematiek. Die compensatie geldt alleen als je nog in dienst bent op het moment dat je fonds overstapt. Wissel je daarvoor van baan, ga je minder werken of begin je voor jezelf, dan loop je die mis.
Wees hier reëel over. Het effect is het grootst voor mensen tussen de 45 en 60 jaar, omdat zij het minste tijd hebben om het verschil goed te maken. Voor dertigers gaat het om kleinere bedragen. Het blijft geld dat je gratis liet liggen en bij een overstap is het een legitiem punt om salaris of een hogere werkgeversbijdrage tegenover te zetten.

Wat er in 2026 veranderde
Sinds 1 januari 2026 is een groot deel van de pensioenfondsen overgestapt naar het nieuwe stelsel. Het gaat om ongeveer tien miljoen deelnemers. De rest volgt later dit jaar, in 2027 of uiterlijk op 1 januari 2028.
Voor jou als deelnemer verandert er vooral iets aan wat je ziet. In het oude systeem stond een toezegging, een bedrag per jaar vanaf je pensioendatum. In het nieuwe systeem heb je een persoonlijk pensioenvermogen, een eigen potje dat groeit door premie en beleggingsrendement. Dat is voor het eerst een bedrag dat aanvoelt als geld.
Is jouw fonds nog niet over, dan zie je die verandering simpelweg nog niet. Dat is geen fout in je overzicht.
De keerzijde die bijna niemand benoemt
Toen de eerste fondsen overgingen, ging het nieuws vooral over gepensioneerden. Hun uitkeringen gingen bij de overgestapte fondsen gemiddeld zo’n 14 procent omhoog, met verschillen per fonds van ongeveer 5 tot 20 procent.
Wat daarbij weinig aandacht kreeg, is dat het in het nieuwe stelsel ook de andere kant op kan bewegen. Uit de kwartaalcijfers van enkele grote fondsen over begin 2026 bleek dat vooral jongere deelnemers de dalingen voelden. Dat komt doordat hun vermogen langer belegd blijft en dus meer risico draagt, wat over 30 jaar juist gunstig hoort uit te pakken.
Voor jou betekent dit twee dingen. Je moet niet schrikken van een lager bedrag in een slecht kwartaal en je moet een hoog bedrag ook niet als vaststaand beschouwen.

Zo check je in tien minuten waar jij staat
Log in op mijnpensioenoverzicht.nl met DigiD. Je ziet daar wat je hebt opgebouwd bij alle werkgevers samen, plus je AOW.
Loop daarna deze vijf punten na.
- Tel het aantal uitvoerders in je overzicht en vergelijk dat met het aantal werkgevers dat je hebt gehad. Ontbreekt er een, dan is dat je eerste aanwijzing.
- Kijk of er periodes in je loopbaan zijn zonder enige opbouw. Dat zijn je gaten.
- Let op de peildatum. Niet elke uitvoerder levert op hetzelfde moment aan, dus de bedragen kunnen van verschillende momenten komen.
- Reken het jaarbedrag om naar een maandbedrag, zodat je begrijpt waar je naar kijkt.
- Vul aan wat er niet in staat.
Dat laatste punt is de belangrijkste. Lijfrente, banksparen en pensioenbeleggen vallen onder de derde pijler en die staat er niet in. Heb je dat, dan is je werkelijke positie beter dan het scherm laat zien.
Wat je met dat inzicht kunt doen
Er is geen standaardoplossing, want het hangt af van hoe groot je gat is en hoeveel jaar je nog hebt. Deze richtingen komen het meest voor.
Je kunt je jaarruimte gebruiken, de fiscale ruimte om met belastingvoordeel bij te storten in een lijfrente of een pensioenbeleggingsrekening. Je kunt oude potjes samenvoegen via waardeoverdracht, al is dat niet altijd voordelig.
Bij een nieuwe baan kun je de pensioenregeling meenemen in het arbeidsvoorwaardengesprek, naast het salaris. En je kunt bij een zzp-periode vooraf inplannen wat je opzij zet in plaats van achteraf.
Welke van deze het beste past, verschilt per situatie. Bij twijfel is het verstandig dit voor te leggen aan je pensioenuitvoerder of een onafhankelijk adviseur.
Veelgestelde vragen
Heb ik een pensioengat als ik altijd in loondienst was?
Mogelijk wel. Ook binnen loondienst zijn er werkgevers zonder verplichte regeling en periodes tussen twee banen waarin niets binnenkwam.
Telt mijn studieschuld mee in mijn pensioen?
Nee. Een studieschuld staat los van je pensioenopbouw en beïnvloedt alleen je ruimte om zelf bij te sparen.
Wat gebeurt er met potjes van oude werkgevers?
Die blijven van jou en groeien beperkt door. Ze staan in je overzicht zolang de uitvoerder ze correct heeft aangeleverd.
Moet ik nu al iets doen als dertiger?
Kijken kost tien minuten en levert je de informatie op om te beslissen. Of actie nodig is, hangt af van wat je ziet.





