Dit is waarom je loonsverhoging netto vaak tegenvalt

loonsverhoging netto valt tegen
(Afbeelding: Unsplash)

Je krijgt eindelijk die opslag waar je om vroeg, maar zodra je je loonstrook bekijkt, valt het bedrag rauw op je dak. Dat je loonsverhoging netto zo weinig oplevert is geen rekenfout van je werkgever. Het is het directe gevolg van de manier waarop het Nederlandse belastingstelsel in elkaar zit.

Twee zaken vreten samen aan je opslag, namelijk de belastingschijven en de afbouw van je heffingskortingen. Hieronder lees je hoe dat werkt, en zie je in een rekenvoorbeeld zwart-op-wit hoeveel er echt van je salarisverhoging overblijft.

Zo werken de belastingschijven in 2026

Nederland kent een progressief belastingstelsel, wat betekent dat je over een hoger inkomen ook een hoger percentage betaalt. In 2026 zijn er in box 1 drie schijven. Over je inkomen tot € 38.883 betaal je 35,75%, over het deel tussen € 38.883 en € 78.426 betaal je 37,56%, en over alles daarboven geldt het toptarief van 49,50%.

Een opslag komt altijd bovenop je bestaande inkomen en wordt dus belast tegen het tarief van je hoogste schijf. Verdien je bijvoorbeeld rond de € 50.000, dan valt je hele verhoging in de tweede schijf. Van elke euro extra gaat er dan al ruim een derde rechtstreeks naar de Belastingdienst, en dat is nog voordat we naar de heffingskortingen hebben gekeken.

Lees ook Met deze trucjes betalen je kinderen zo min mogelijk erfbelasting na je overlijden ›

Waarom je loonsverhoging netto extra tegenvalt door heffingskortingen

Hier zit de echte verrassing, want naast het schijftarief verlies je bij een hoger inkomen ook een stuk van je heffingskortingen. Dat zijn de kortingen die je te betalen belasting verlagen, en hoe meer je verdient, hoe verder ze worden afgebouwd.

💡 Tip Omdat een bruto opslag zo zwaar wordt belast, kan het lonen om te onderhandelen over onbelaste extra’s, zoals een hogere thuiswerk- of reiskostenvergoeding, extra pensioenopbouw of een opleidingsbudget. Die ontsnappen grotendeels aan de marginale druk en leveren netto vaak meer op dan hetzelfde bedrag in bruto loon.

De arbeidskorting daalt vanaf ongeveer € 39.898 met 6,51% voor elke euro die je meer verdient. Tegelijk wordt ook je algemene heffingskorting kleiner naarmate je inkomen stijgt. Die twee afbouwen stapelen bovenop het schijftarief, waardoor de werkelijke druk op die extra euro’s veel hoger ligt dan de 37,56% die je in de tweede schijf zou verwachten.

Het gevolg is dat de marginale druk (oftewel het deel dat je over je laatst verdiende euro’s kwijt bent) voor veel middeninkomens richting de 50% kruipt. Daarom blijft er van een mooie bruto opslag onder de streep vaak maar ongeveer de helft over. Gelukkig bestaan er ook nog manieren om een hogere belastingteruggave voor elkaar te krijgen.

loonsverhoging netto
(Afbeelding: Unsplash)

Zo weinig blijft er netto over

Een voorbeeld maakt het concreet. Stel, je verdient rond de € 50.000 en je krijgt er € 2.000 bruto per jaar bij. Op papier een prima sprong, maar door de schijf en de afbouw samen ziet het plaatje er zo uit.

📱 Tip: scroll op mobiel horizontaal om de hele tabel te zien.

€ 2.000 bruto loonsverhogingBedrag
Belasting schijf 2 (37,56%)− € 751
Lagere arbeidskorting (6,51%)− € 130
Lagere algemene heffingskorting (± 6,3%)− € 126
Netto over± € 993

Indicatieve berekening op basis van de tarieven 2026, bij een middeninkomen van rond de € 50.000.

Onder de streep houd je van die € 2.000 dus ongeveer de helft over. Het blijft een indicatie, want je precieze bedrag hangt af van je inkomen en je persoonlijke situatie, maar het patroon geldt voor vrijwel iedereen met een middeninkomen. Wie dit begrijpt, kijkt voortaan net even anders naar dat onderhandelingsgesprek.

Bron: tarieven en schijven box 1 2026, Belastingdienst.
Disclaimer: Dit artikel is algemeen van aard en vervangt geen persoonlijk belastingadvies, want je precieze bedrag hangt af van je eigen situatie.
Schrijf je in voor dagelijks nieuwe artikelen