Deze 5 Italiaanse eilanden zijn mooier dan Capri en veel stiller

Mooiste Italiaanse eilanden
Shutterstock

Italië maakt het dagjesmensen dit jaar niet makkelijk. Venetië rekent op drukke dagen een toegangsheffing, in Rome loopt de toeristenbelasting op tot 10 euro per nacht en voor de veerboot naar Capri staan in augustus rijen tot ver op de kade.

De vijf Italiaanse eilanden hieronder liggen verspreid van de Golf van Napels tot bijna voor de kust van Tunesië. Je hoort er zelden Nederlands en het water is er beter dan op de foto’s die je van Capri kent.

1. Salina, het groenste eiland van de Eolische archipel 

Salina ligt ten noorden van Sicilië, tussen 7 eilanden die vooral bekend zijn om de rokende vulkaan Stromboli. Het eiland zelf lijkt daar in niets op. Twee uitgedoofde vulkaankegels vangen zoveel regen dat de hellingen bedekt zijn met varens, wijngaarden en kappertjesstruiken. De Monte Fossa delle Felci is met 962 meter het hoogste punt van de hele archipel.

In het gehucht Pollara werden grote delen van de film Il Postino opgenomen. Het strand daar ligt in een half weggezakte krater en is alleen via een steil pad te bereiken. Op de rest van het eiland gebeurt weinig en dat is precies de reden dat Italianen er komen.

Proef de Malvasia delle Lipari, een zoete witte wijn die alleen op deze eilanden wordt gemaakt. Bestel daarnaast een granita in het haventje van Lingua, waar een zoutmeertje ligt dat het eiland zijn naam gaf.

Salina
Shutterstock

2. Pantelleria, zwart, vulkanisch en ongepolijst 

Pantelleria ligt dichter bij Tunesië dan bij Palermo. Er is geen zandstrand te vinden. Je duikt er vanaf zwarte lavarotsen het water in, of je zakt in de Specchio di Venere, een warm kratermeer met een bodem van grijze modder waar half het eiland zich mee insmeert.

De huizen heten dammusi en zijn gebouwd van lavasteen met muren van bijna een meter dik en een koepeldak dat regenwater opvangt. Ze houden het binnen koel zonder airco. Steeds meer van die huisjes worden verhuurd, waardoor je op een eiland kunt slapen dat verder nauwelijks hotels heeft.

De wind is hier een vaste bewoner. Boeren planten hun druivenstokken daarom in kuiltjes in de grond, een methode die op de erfgoedlijst van UNESCO staat. Uit die zibibbodruiven komt de Passito di Pantelleria, een dessertwijn die je nergens anders zo drinkt.

Pantelleria
Shutterstock

3. Favignana, het helderste water van heel Sicilië 

Favignana is het grootste van de Egadi-eilanden en ligt een half uur varen van Trapani. Het eiland is vlak, waardoor iedereen er met een huurfiets rondrijdt. Binnen een dag heb je alle baaien gezien, maar is onmisbaar in dit rijtje met de mooiste Italiaanse eilanden.

💡 Weetje: Favignana dankt zijn naam aan de favonio, de warme westenwind die het eiland maandenlang teistert. Vissers noemden het eiland eeuwenlang gewoon naar het weer.

Dat water is geen toeval. De ondergrond bestaat uit lichte tufsteen die eeuwenlang werd afgegraven voor bouwblokken en die witte bodem kleurt de zee turquoise. Bij Cala Rossa en Cala Azzurra zwem je boven groeves die inmiddels onder water staan.

Aan de haven staat de oude tonnara van de familie Florio, ooit de grootste tonijnfabriek van de Middellandse Zee. Het complex is nu een museum waar je precies ziet hoe de mattanza werkte, de tonijnvangst die het eiland eeuwenlang draaiende hield.

Favignana
Shutterstock

4. Procida, het goedkopere alternatief voor Capri 

Procida ligt in de Golf van Napels en is met een draagvleugelboot in veertig minuten te doen. Het is het kleinste eiland van de golf en ook het minst bezochte, terwijl buurman Ischia en het nabije Capri iedere zomer volstromen.

Marina Corricella is het beeld waar het eiland om bekendstaat. Vissershuizen in oker, roze en lichtblauw stapelen zich boven het haventje op, met wasgoed tussen de luiken en bootjes in het water ervoor. Auto’s komen er niet, strandclubs met bedjes van 80 euro evenmin.

In 2022 was Procida Italiaanse cultuurhoofdstad, wat het eiland een opknapbeurt opleverde zonder dat de prijzen ontspoorden. Een lunch kost er nog steeds de helft van wat je op Capri kwijt bent.

Procida
Shutterstock

5. Sant’Antioco, hoort bij Sardinië maar voelt anders 

Sant’Antioco ligt voor de zuidwestkust van Sardinië en is via een dam met het hoofdeiland verbonden. Je rijdt er dus gewoon naartoe. Dat maakt het eiland makkelijk bereikbaar en tegelijk vreemd onbekend, want de meeste toeristen rijden er in noordelijke richting langs.

Onder het stadje liggen Fenicische en Punische resten, waaronder een tophet en een uitgebreid catacombenstelsel dat via de kerk te bezoeken is. Bovengronds vind je baaien als Cala Sapone en het lange strand van Maladroxia, in september vrijwel leeg.

Het eiland is daarnaast een van de laatste plekken ter wereld waar byssus wordt geweven, een zeldzame zeezijde uit de draden van een grote schelp. Er is nog maar een handjevol mensen op de wereld die de techniek beheerst.

Sant'Antioco
Shutterstock

Wanneer je het beste naar deze Italiaanse eilanden gaat 

September is voor alle vijf de beste maand. Het water is dan op zijn warmst, de Italiaanse vakanties zijn voorbij en de veerboten varen nog volgens de zomerdienstregeling. Vanaf half oktober schrapt een deel van de rederijen afvaarten en op de kleinste eilanden sluiten restaurants tot het voorjaar.

Reken op een tussenstop. Salina bereik je via Milazzo, Favignana via Trapani, Procida via Napels en Pantelleria via een binnenlandse vlucht vanaf Palermo of Trapani. Alleen Sant’Antioco haal je met de auto vanaf de luchthaven van Cagliari, in ongeveer een uur.

Mis geen artikel meer

Volg ManMag ook op Facebook en Instagram