Bijna vier op de tien Nederlanders droomt ervan om eerder te stoppen met werken, blijkt uit onderzoek van het Nibud. Toch weten de meeste mensen niet wat dat concreet kost. Het antwoord hangt af van je leeftijd, je maandelijkse uitgaven en hoe lang je nog leeft, maar er zijn harde cijfers die je een eerlijk startpunt geven.
Wie op zijn 55e wil stoppen, heeft een heel ander vermogen nodig dan iemand die de officiële AOW-leeftijd van 67 jaar en drie maanden afwacht. Het verschil kan oplopen tot honderdduizenden euro’s. Met de juiste berekening weet je precies waar je staat.
De 4%-regel: het meest gebruikte rekensommetje
Financieel planners werken wereldwijd met de zogenoemde 4%-regel, ook wel de Trinity Study uit 1998 geciteerd in tientallen wetenschappelijke opvolgers. De regel stelt dat je elk jaar 4% van je belegde vermogen kunt opnemen zonder dat je pot leegraakt over een periode van 30 jaar. Dat betekent: deel je jaarlijkse uitgaven door 0,04 en je weet het streefbedrag.
Geef je als huishouden €3.000 per maand uit – €36.000 per jaar – dan heb je volgens deze regel €900.000 nodig. Geef je €2.000 per maand uit, dan kom je uit op €600.000. Dat zijn geen kleine bedragen, maar de tabel hieronder maakt het overzichtelijk.
| Maandelijkse uitgaven | Jaarlijkse uitgaven | Benodigd vermogen | Stoppen leeftijd* |
|---|---|---|---|
| € 1.500 | € 18.000 | € 450.000 | 67 jaar |
| € 2.000 | € 24.000 | € 600.000 | 65 jaar |
| € 2.500 | € 30.000 | € 750.000 | 60 jaar |
| € 3.000 | € 36.000 | € 900.000 | 55 jaar |
| € 4.000 | € 48.000 | € 1.200.000 | 50 jaar |
* Indicatief, gebaseerd op een opnamehorizon van 30–40 jaar en een gemiddeld netto beleggingsrendement van 5% per jaar.
AOW en pensioen verlagen je streefbedrag fors
De bovenstaande bedragen gaan ervan uit dat je volledig op eigen vermogen leeft. In de praktijk ontvang je vanaf de AOW-leeftijd een uitkering van gemiddeld €1.450 netto per maand voor alleenstaanden (data, april 2026). Dat zijn €17.400 per jaar die je van je jaarlijkse uitgaven mag aftrekken. Wie €2.500 per maand uitgeeft en AOW ontvangt, hoeft dus maar €1.050 per maand uit vermogen op te nemen en heeft daarvoor €315.000 nodig in plaats van €750.000.
Tel je daar een aanvullend pensioen van €500 per maand bij op, dan zakt het benodigde eigen vermogen verder. Dit is precies waarom een pensioenoverzicht ophalen via mijnpensioenoverzicht.nl de eerste stap is voor iedereen die serieus nadenkt over eerder stoppen.

Eerder stoppen vraagt om een grotere buffer
Wie op zijn 55e stopt, heeft niet 30 maar wellicht 40 jaar of meer te overbruggen. Onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek laat zien dat een 55-jarige Nederlander gemiddeld nog 29 jaar leeft, maar een kwart wordt ouder dan 90. Dat risico maakt eerder stoppen duurder. Financieel planners adviseren in dat geval een opnamepercentage van 3% te hanteren in plaats van 4%, wat het benodigde vermogen met 33% verhoogt.
Daarnaast geldt: hoe jonger je stopt, hoe groter de kans op inflatie-erosie. Een gemiddelde inflatie van 2,5% per jaar halveert de koopkracht in 28 jaar. Een goed gespreide beleggingsportefeuille – denk aan indexfondsen met wereldwijde dekking – is voor de meeste vroegpensioneerders een voorwaarde, geen luxe.
Wat betekent dit voor jou?
Voor de gemiddelde Nederlander met een maandbudget tussen €2.000 en €3.000 ligt het benodigde eigen vermogen om te stoppen met werken tussen de €600.000 en €900.000, exclusief AOW en pensioen. Met die uitkeringen meegeteld kan dat bedrag halveren. De exacte som is persoonlijk, maar één ding is zeker: hoe eerder je begint te berekenen en te sparen, hoe meer opties je hebt. Wachten kost letterlijk geld.





